Posts tonen met het label Tilburg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tilburg. Alle posts tonen

dinsdag 5 januari 2010

Sophie Calle in De Pont, Tilburg

Was 2009 een bijzonder goed publieksjaar voor de musea in Nederland, bijna alle musea konden rekenen op hogere bezoekersaantallen (crisis?).

Maar nu er een heel nieuw jaar voor ons ligt, waar verheugt u zich op in deze eerste dagen van 2010? Wat bevangt u met voorpret, naar welke op stapel staande expositieopening kijkt u al uit? Wat mijn betreft is dat de presentatie van Sophie Calle in het De Pont Museum in Tilburg.

Voor het eerst dat ik echt met het werk van Sophie Calle in contact kwam, was in het najaar van 2003 in Centre Pompidou in Parijs, dat voor het eerst een grote overzichtstentoonstelling van haar gracht. Natuurlijk had ik al wel eerder van Sophie Calle gehoord en werk van haar gezien, maar nog niet eerder was de onderdompeling in haar werk zo compleet, als toen.

Mogelijk had dit te maken dat ook ik in 2003 mijn partner verloor, maar Sophie Calle weet van 'levenspijn' subtiele verwerkingen te maken, waarin haar eigen ervaring en leven een centrale positie in nemen, maar in haar werk toch nooit schaamteloos of opdringerig wordt. In haar werk ontwikkelt zich een soort 'spel met de regels' ze speelt met verlangen en verwachting, vooroordeel, het persoonlijke en het algemene. Het verschuiven van vooral het perspectief op 'algemeen geldende ongeschreven regels' in onze samenleving rond liefde, relaties, leven en dood maakt haar werk zo indringend. Contact en het verbroken contact, is waar zij zich in haar werk op lijkt te concentreren. De spanning tussen onze specifieke gerichtheid naar die éne of dat specifieke glukzalige of alles omverwerpende moment, versus willekeur, het ongenuanceerde of mateloze. Georganiseerd drama, levenspijn en smart worden door haar op een fijnzinnige (mohelijk wel typisch Franse) manier aan de toeschouwer opgediend, waardoor het ondergelegen univesele of 'niet-specifieke' kenbaar en invoelbaar wordt.

Waar wij in Nederland smullen van smartlap, levenslied of society roddel over de ander en verzanden in banaliteiten of vulgair voyuerisme of het nu Boulevard of Zwartboek is, Sophie Calle weet deze thema's op te tillen naar een bijna van het induvidu onthechte, meer filosofisch intellectuele en universele werkelijkheid . Juist ondanks de alledaagsheid van haar onderwerpen of de intimiteit van haar aanpak vindt ze het algemeen verbindende. In haar werk documenteert zij en registreert zij juist de eigen ervaring en vertaalt deze. Door de opvolging van haar ervaringen vindt zij zo de grond eronder, de basis voor universele gevoelswaarden en duidt hier in ons menselijk tekort aan.


Mogelijk zelf verwijst de filmhit met Audrey Tatou in de hoofdrol, "Le Fabuleux destin d'Amelie Poulain", uit december van 2001 van Jean-Pierre Jeunet, in een gepopulariseerde versie van deze thematiek en atmosfeer, waar juist het werk van Sophie Calle in zijn puurheid zo diep van doordrongen is.

Scherper en dieper maakt Sophie Calle je deelgenoot van haar 'levenservaring' en noodlottige samenloop van gebeurtenissen en onversnede willekeur. Het is de kracht van de uitwerking die zij kiest, dat zij universele gevoelswaarden bij de toeschouwer weet te raken, dat soms leidt tot ontroering en soms tot hilariteit. Juist ook als zij haar ervaringen juist minder specifiek maakt en ze op een speciale manier ontdoet van het typisch persoonlijke door andere mensen en onbekende, annonieme spelers in te schakelen bij de uitvoering van haar werk.

Was haar vroege werk, uit de begin jaren tachtig minder gepolijst, werkte zij met sober ogende zwart-wit fotografie en vluchtig aandoende zwart-wit film en videoregistraties, haar beeldverslagen voorzien van annotaties en tesktuele toevoegingen in handschrift en typemachine schrift, de nieuwe mediamogelijkheden hebben de uitwerking van haar 'avonturen' nadrukkelijk gemulti-medialiseerd en naar full colour en full motion sound & image environments anno nu gebracht.

In 2007 maakte zij zo grote indruk op vriend en vijand met de installatie "Prenez Soin De Vous" op de 52ste Biënnale van Venetië, waar zij als de vertegenwoordigend kunstenaar in het landenpaviljoen van Frankrijk werd gepresenteerd.

Het in met name deze multi-media installatie die in het hart zal staan van de expositie in De Pont. Nadat Calle vorig jaar nog met een overzicht is getoond in Bozarts in Brussel, is dit haar eerst tentoonstelling in Nederland in bijna vijftien jaar en is deze presentatie een co-productie met de Whitechapel Art Gallery in Londen, waar haar werk tot zondag 3 januari werd getoond. Behalve de recente Engelstalige versie van "Take Care of Yourself" bevat de tentoonstelling nog elf andere sleutelwerken uit de periode van 1979 tot nu.

Kortom, daar verheug ik mij op! Vanaf 23 januari 2010 in het museum De Pont Tilburg en te zien tot 16 mei dit jaar.

Fotoverwijzing: foto nr 1: Sophie Calle inactie, video nr 1: Impressie van "Take Care of Yourself" 107 reacties op de afwijzingse-mail van Sophie haar geliefde, video nr 2: Ben Lewis BBC interview intro. foto nr 2: Les Dormeurs 1979, video nr 3: Interview bij paviljoen op Biënnale de Venezië 2007

maandag 8 december 2008

TILBURG, DE PONTMUSEUM

Familienleben Thomas Struth

Maakt u zelf nog wel eens een familieportret? Of heeft u zich gezamenlijk recent zo nog laten fotograferen? Vergeleken met enkele generaties terug heeft dit gebruik mogelijk aan populariteit en betekenis ingeboet. Juist nu fotografie en de nieuwe beeldmedia al om aanwezig zijn vind ik op Flickr knap 1200 verwijzingen naar dit genre. Wie herinnert zich niet de etalages van de lokale fotograaf waar naast de trouwfoto reportages, de babyfoto’s ook het familieportret een vaste plaats in nam?

Ook maakte deze foto’s een vast onderdeel uit van de foto’s die nieuwsgierig bekeken werden in de foto-albums van groot moeder en groot vader op de lange winter avonden in menig huisgezin. Ik kan me nog herinneren hoe ik oma of mijn ouders overstelpte met vragen naar wie op die foto’s wie was en wat die dan zoals deed.

Kijken we terug in de kunstgeschiedenis dan zien we dat bijna alle belangrijke kunstschilders dit genre beoefenden. Vanaf de vroege Vlaamse schilders als Jan van Eyck van de Familie Arnolfini (1434) tot in onze huidige tijd is het een geliefd onderwerp geweest voor opdrachten van min of meer vooraanstaande families. Een ander schilderij van familieportretten, dat mij zo voor de geest staat, is dat van Diego Velàzques, Las Meninas, van het Spaanse hof en hoe dit meesterwerk later ander moderne kunstenaars als Pablo Picasso en Francis Bacon beïnvloedde en inspireerde om eigen variaties van dit schilderij te maken.

Al met al kent het familieportret als genre een lange geschiedenis die een oorsprong vindt in de uitbeelding van de ‘heilige familie’ die ook nu rond de Kerstdagen in menige huiskamer weer een plaatsje vindt: Maria, Jozef en hun kind Jezus Christus. Met de opkomst van adel en later burgerij werden portretten gemaakt van voor aanstaande families. Weer later komt en aandacht voor de gewone burgers en families en dan neemt op een zeker moment de fotografie deze taak van de kunstschilder gedeeltelijk over.

Thomas Struth (1954) tilt het familieportret van het spontaan gemaakte familiekiekje weer op naar het de eerdere schilderkunstige traditie en creëert zorgvuldig gecomponeerde monumentale portretten en maakt daarmee ook direct weer duidelijk welk een bijzondere kracht gelegen ligt in dit genre. Zijn manier van werk dwingt dit af, geen gebruik van kunstlicht, een technische camera, lange sluitertijden, korte scherpte diepte en de grootte formaten waarin het eindresultaat wordt gepresenteerd. Omstandigheden die zowel een verstilling bij de poserende familieleden veroorzaken waardoor de tijd in de foto’s tot stilstand lijkt te komen. Ook de beschouwer wordt door de zo in de foto’s gepresenteerde informatie, gedwongen zijn tempo te vertragen. En door de combinatie van een aantal foto’s, waarin de zelfde familie voor een tweede keer is geportretteerd waar soms een tijdsinterval in besloten ligt (Familie Schäfer) van bijna twintig jaar, maakt een speciale nieuwsgierigheid bij de kijker wakker, die voorbij ligt aan de directe situatie waarin het portret tot stand komt en wat als beeldmiddelen in de foto toe uitdrukking wordt gebracht door; compositie, rangschikking, houding, gebaren, gelaatsuitdrukking, binnen opname of buiten, veel of weinig losse objecten in de directe leefomgeving.

Onwillekeurig lijkt dit terug te voeren naar hoe de belangstelling van Thomas Struth voor dit genre gewekt is. Een vriend van Struth, Ingo Hartmann gebruikte als psychoanalyticus, familiefoto’s in zijn praktijk bij de behandeling van zijn cliënten familie verhoudingen te onderzoeken. Het zo opgebouwde indrukwekkende beeldarsenaal leidde begin jaren tachtig er toe dat Hartmann en Struth en een tentoonstelling uit samenstelde: “Familienleben”.
Struth werd hierdoor zodanig gemotiveerd, om met het onderwerp zelf aan de slag te gaan en raakte er van overtuigd in zijn fotografie, dat dit medium in staat is aspecten van de werkelijkheid bloot te leggen en over te dragen.

De tentoonstelling geeft in een overzicht van circa 40 werken die tussen midden jaren tachtig en nu tot stand zijn gekomen dit prachtig weer en vormt zo een uitdaging voor iedereen die in deze beelden sporen van intermenselijke verhoudingen wil onderzoeken. Ook voor de beschouwer die wil genieten van de verstilde kracht van deze monumentale foto’s valt er veel te genieten.

Nog tot en met 22 februari 2009, Familienleben, Thomas Struth.
Zie hier enkele beelden van het werk.