dinsdag 10 maart 2009

PIPILOTTI RIST, ROTTERDAM

Elixir, het video-organisme van Pipilotti Rist. Er wordt de laatste tijd weer veel gefilosofeerd over wat kunst zo al 'vermag'. Waar is kunst eigenlijk goed voor? Moeten we ons niet concentreren op de hoofdzaken? Zeker in tijden van crisis, springen de moralistische predikkers snel op de kansel, om de kunst ansicht, die geen verder wezenlijk nut dient, in het verdachtenbankje te plaatsen. Immers zijn er geen nuttigere zaken dan je tijd te verdoen met kunst? Is kunst niet zoiets als weggegooid geld?

Ik stel me zo voor dat Pipilotti Rist zich ter degen bewust is geweest van het feit dat in deze tijden, dergelijke gedachten weer her en der opgang doen. Mogelijk heeft ze daarbij bedacht ons een tegengift voor te willen zetten, voor een dergelijke gedachtegang. Voor iedereen en alles een overtuigend elixeer te willen maken, immers; 'Die Kunst ansicht, hat keine Zweck'.
In de transformatie van de centrale tentoonstellingszaal in het nieuwe gedeelte van het Boijmans van Beuningen Museum is zij er wonderwel in geslaagd, bezoekers dit medicijn voor te toveren. Na het achterlaten van je schoeisel, wordt je over dik tapijt, geruisloos binnengeleid in deze andere wereld. In het halfdonker, in de met golvende glasgordijnen afgehangen organische ruimte, wordt je binnengeleid in het universum dat Pipilotti Rist hier voor je heeft voorbereid.
Dwalend langs de fijne vitrages, wordt je ondergedompeld in fonteinen van kleurrijke projecties, op vloeren en wanden. Heb je uitnodigend plaatsgenomen op een heuvellandschap van kussens en tapijten, wordt je al snel meegevoerd in dit kleurrijke recente werk van de kunstenaar. In het visueel delirium van haar films. Beelden waarin de camera moeiteloos door ruimte lijkt te kunnen buitelen en je in close-up laat wegzweven. We worden gebombardeerd met dromerige taferelen, die overvloedig, bijna arcadisch en paradijselijk aandoen. Al snel is elke weerstand gebroken en worden we bedolven onder lawines van bloemen, uiteenspattende rijpe vruchten en niet beangstigend, omsloten door water. Onze innerlijk gedachten volgen als vanzelfsprekend, de wervelingen van het blijkbaar remmingloze, beschikbare naakte lichaam van het personage in de films. Gecompleteerd met beelden uit ongerepte natuur, voorzien van natuurgeluiden en psychedelische smoezel muziek, zijn we als plotseling verlost uit benarde situaties, verlost van elke sombere gedachten. Kijk je onverwacht in het gezicht van een medebezoeker, dan overheerst de ontspanning en een gemoedelijke glimlach. In deze wereld is alles en zonder moeite mogelijk!

Als na enkele herhalingen van de beeldsequenties het lukt, om je aan deze onderdompeling te onttrekken, je de weg naar de uitgang weet terug te vinden, bemerk je dat, terwijl jij je schoenen probeert terug te vinden, zich blijkbaar zomaar een opgewekt gevoel van je meester gemaakt heeft. Ogenschijnlijk is nieuwe energie aangeboord en heeft een bepaalde lichtheid zijn intrek in je hoofd genomen.Tja, en dat na het enkele tientallen minuten kijken naar kunst die ogenschijnlijk niet anders vermag…





Natuurlijk, "Kan het zo simpel zijn?" is een vraag die dan bij mij opkomt. Is er niet zoals in het eerdere werk van Rist, een provocatie of een confrontatie aan te gaan? Moeten we niet in plaats van in een droom gebracht, wakker worden geschud?

Het is een overtuigend statement van Pipilotti Rist en misschien zit daarin juist wel het provocerende en confronterende van haar nieuwe werk: Harmonie als het Elixeer, harmonie als de transformerende kracht. Nieuwe energie, om de deur naar een andere aanpak van de problemen waar we voor staan open te breken. Immers het andere is al geprobeerd en heeft de oplossing niet gebracht.

Wat mij betreft mag Rist, een franchise keten opzetten door heel Nederland. Wat zeg ik, misschien wel door heel Europa, om met haar video-smoezelkamers op onnavolgbare en geruisloze wijze met een nieuw elan, deze transformatieve kracht te ontketenen.
Politici en haatzaaiers eerst verplicht twee keer een halfuur: Kunst 'for Change' dit keer.
Van Elixir kunst u nog genieten tot 10 mei 2009, Boijmans van Beuningen Rotterdam
Fotobijschrift, beelden ontleent aan de video's in de tentoonstelling.

maandag 23 februari 2009

KUNSTPALAST, DUSSELDORF

Sorry, te laat. Ja, soms twijfel ook ik of ik over een tentoonstelling die ik heb gezien, hier wel iets zal schrijven c.q. melden. De subtitel van deze tentoonstelling, dan vooral de eerste drie woorden, vind ik echt geweldig gekozen: "Die verbotene Blick (auf die Näcktheit)'. De eigenlijke titel is 'Diana und Actaeon' en het onderwerp van de tentoonstelling van circa 300 kunstwerken in het KunstPalast is eigenlijk het hierin gevonden excuus, om die steelse verboden blik op vooral de naakte vrouw uit te beelden. Tja, en dat in een stapel van 300 kunstwerken door de tijd heen. Hmm, wat moet ik daar dan van vinden, zeker als zoiets toeslaat in Duitsland... Kosten nog moeite lijken gespaard, om dit overzicht dan bijeen te brengen. Een overzicht met natuurlijk ook prachtige kunstwerken, die je anders niet zo één twee drie, om de hoek kunt gaan zien of omdat ze in het depot, of in een particuliere verzameling zijn opgenomen.

Dan nog zo'n vondst in die titel: ActaE-on, als knipoog naar hoofdsponsor E-on?: 'Acta Eon = E-on, doe iets!' Zo iets, dat vindt je toch alleen in Duitsland...?

Goed, het gevaar is nu weer geweken, de tentoonstelling is gesloten en de kunstwerken in gepakt. Niet verandert in een Hert, niet verscheurt door honden. Wat blijft zijn de flarden die je er nog van terug vindt op internet of natuurlijk de catalogus. Zo'n catalogus is natuurlijk niet het echte ding zien. Dus hier laat ik het maar even bij: 'De gestolen, stiekeme blik als inspirator, voor juist soms ook verrassende, overrompelende en ja soms prachtige kunstwerken.' Bijvoorbeeld het schilderij van Eric Fischl, nog van uit de tijd voordat hij zo'n beetje de echte society schilder van zijn generatie werd; Bad Boy. En natuurlijk ook onze 'good old' Rembrandt van Rijn, kon hier niet ontbreken, als inventieve vernieuwer van thema's en genres. Ja, ook hij schilderde odes aan dit 'voyeurisme' en niet alleen 'Susane in het bad'. Opdat we niet allemaal in 'herten' veranderen...

Fotobijschriften: Nr. 1 Eric Fischl, Bad Boy, 1981Olieverf op doek 167,5 x 244 cm, Courtesy Thomas Ammann Fine Art, Zürich. Nr 2 Rembrandt Harmensz. van Rijn, Diana mit Aktäon und Kallisto, 1634, Olieverf op doek, 73,5 x 93,5 cm, DüsseldorfFürst zu Salm-Salm, Museum Wasserburg Anholt.

zondag 1 februari 2009

ROTTERDAM, ART ROTTERDAM

Zondagavond 1 februari, nog vier nachtjes slapen en dan is het zover! Dan opent de tiende editie van Art Rotterdam. Een tweejarig lustrum opzich, is natuurlijk al een compliment waard in een land als het onze. Niet dat ik er zo'n voorstander van ben, dat alles zichzelf maar zou moeten blijven herhalen. Echter van herhaling is in het geval van Art Rotterdam geen sprake, meer van groei.
Er is al veel over gezegd, maar het is ook de plek. Het uitzicht over de weidse Maas, de zindering van dynamiek. Het is de leukste beurs op de leukste plek voor hedendaagse kunst in Nederland. Zelf schrijven ze in hun persbericht: "Art Rotterdam heeft zich ontwikkeld tot één van de meest levendige kunstbeurzen voor hedendaagse kunst in Europa."
Het fijne is, Rotterdam is toch echt om de hoek vergeleken met Basel, Berlijn, Dubai of Miami. Daarmee een uitgelezen gelegenheid om de laatste ontwikkelingen in de beeldende kunst te volgen en aanstormend 'galerie-fähig' talent te ontdekken. Na een wat slaperige maand januari kan het seizoen in Nederland dus weer beginnen. Donderdagmiddag dus, om 13.00u!


Foto bijschrift: Artists Anonymous'Keeping up with the Koons', 2008 (190 x 240 cm)Courtesy: RONMANDOS, Amsterdam
Art Rotterdam vindt plaats van 5 tot en met 8 februari 2009

dinsdag 6 januari 2009

ROTTERDAM, IAN WALLACE


In Witte de With is nog tot zondag 8 februari een helder overzicht te zien van het werk van Ian Wallace. Wallace weet in zijn werk op eigenzinnige wijze monochrome schilderkunst en documentaire fotografie aan elkaar te koppelen. Hoewel Wallace wordt gerekend tot een van de belangrijkste sleutelfiguren van de conceptuele kunstscene in Vancouver, is zijn werk in Europa tot nog toe onderbelicht gebleven. Ian Wallace is de drijvende kracht achter een vorm van fotografische conceptuele kunst waarvan o.a. zijn student Jeff Wall de bekendste vertegenwoordiger is.

In een samenwerkingsproject met de Kunstverein fur die Rheinlande und Westfalen te Düsseldorf en de Kunsthalle Zürich en Witte de With, is een omvangrijke tentoonstellingstrilogie ontstaan over deze Canadese kunstenaar.

Ian Wallace (1943, Shoreham) doceerde als kunsthistoricus, bijna twintig jaar kunstgeschiedenis en –theorie aan de University of British Columbia in Vancouver. In zijn werk onderzoekt hij met een oorspronkelijk nieuwsgierigheid beeldaspecten in een strikt omschreven set werkvormen, die leiden tot een eigen herkenbare beeldtaal, waarin de vanzelfsprekendheid van deze beeldelementen stelselmatig wordt ondervraagd.

In de presentatie in Witte de With worden enkele sleutel werken van Wallace getoond waaronder de installatie At Work uit 1983, die hier nu samen wordt getoond met een ‘remake’ uit 2008. Met een videoregistratie wordt een toelichting gegeven op het maakproces. Door de gecombineerde presentatie van de At Work’s als geheel, is dit wat mij betreft het belangrijke onderdeel van deze tentoonstelling. Deze combinatie van oorspronkelijk werk en remake, maakt inzichtelijk wat het denkraam is waarbinnen Ian Wallace zijn vragen stelt en werkt. Zo geeft deze opstelling de inhoudelijke ondersteuning aan het werk wat ervoor en het werk wat erna is ontstaan. Zodoende wordt de context verduidelijkt, waarbinnen het werk van Wallace zich ontwikkeld en waardoor het ook in de actualiteit van een hedendaags kader zijn zeggingskracht behoudt.

Op de tussen etage wordt op een kleine monitor een recent interview met Ian Wallace getoond waarin de kunstenaar persoonlijk nader ingaat op zijn werk en zienswijze.
De tentoonstelling samengesteld door Renske Janssen in Witte de With, maakt mij nieuwsgierig naar met welke invalshoek het werk van Ian Wallace in Düsseldorf en Zürich van Wallace wordt gepresenteerd.

fotobijschriften: foto 1 At Work, 2008, foto 2 At the Crosswalk IV, 2008

dinsdag 30 december 2008

LEUVEN, ADRIAN PACI


'I love the gallerists and they love me' (uitsnede) 3min 2001

De eerste solotentoonstelling 'Believe me, I am an artist' van Adrian Paci in België is nog tot 25 januari 2009 te zien in het STUK te Leuven. Adran Paci, geboren in Albanië in 1969, woont en werkt in Milaan. In zijn werk ligt de focus op de gevolgen van sociale, politieke en culturele veranderingen voor het dagelijks leven van de mens.


Adrian Paci, opgeleid aan de kunstacademie in Albanië voor de val van het totalitaire regime vluchtte in 1997 met zijn gezin naar Italië, waar hij sindsdien woont en werkt.


De kunstenaar gebruikt film en video als strategie om fictie en documentaire te mengen. Zonder te dramatiseren vertelt hij verhalen over mensen en kunstenaars die moeilijke situaties proberen te overwinnen.


'I love the gallerists and they love me' wordt vertoond direct tegenover de ingang van de tentoonstellingszaak en is zo het eerste werk wat we zien. Het toont een portret van de twee galeristen die de eersten waren om Paci's werk in 2001 in Italië tentoon te stellen.

In de video zien we hoe de kunstenaar zelf de houding van de galeristen keer op keer verandert. De suggestie wordt hierdoor gewekt dat de kunstenaar een klassieke compositie wil maken, waarbij de galeristen aan het cliché beeld moeten voldoen van het gelukkige koppel. Zo doende bevat dit werk een subtiele ironie en een commentaar op bepaalde mechanismes in de kunstwereld.

maandag 8 december 2008

TILBURG, DE PONTMUSEUM

Familienleben Thomas Struth

Maakt u zelf nog wel eens een familieportret? Of heeft u zich gezamenlijk recent zo nog laten fotograferen? Vergeleken met enkele generaties terug heeft dit gebruik mogelijk aan populariteit en betekenis ingeboet. Juist nu fotografie en de nieuwe beeldmedia al om aanwezig zijn vind ik op Flickr knap 1200 verwijzingen naar dit genre. Wie herinnert zich niet de etalages van de lokale fotograaf waar naast de trouwfoto reportages, de babyfoto’s ook het familieportret een vaste plaats in nam?

Ook maakte deze foto’s een vast onderdeel uit van de foto’s die nieuwsgierig bekeken werden in de foto-albums van groot moeder en groot vader op de lange winter avonden in menig huisgezin. Ik kan me nog herinneren hoe ik oma of mijn ouders overstelpte met vragen naar wie op die foto’s wie was en wat die dan zoals deed.

Kijken we terug in de kunstgeschiedenis dan zien we dat bijna alle belangrijke kunstschilders dit genre beoefenden. Vanaf de vroege Vlaamse schilders als Jan van Eyck van de Familie Arnolfini (1434) tot in onze huidige tijd is het een geliefd onderwerp geweest voor opdrachten van min of meer vooraanstaande families. Een ander schilderij van familieportretten, dat mij zo voor de geest staat, is dat van Diego Velàzques, Las Meninas, van het Spaanse hof en hoe dit meesterwerk later ander moderne kunstenaars als Pablo Picasso en Francis Bacon beïnvloedde en inspireerde om eigen variaties van dit schilderij te maken.

Al met al kent het familieportret als genre een lange geschiedenis die een oorsprong vindt in de uitbeelding van de ‘heilige familie’ die ook nu rond de Kerstdagen in menige huiskamer weer een plaatsje vindt: Maria, Jozef en hun kind Jezus Christus. Met de opkomst van adel en later burgerij werden portretten gemaakt van voor aanstaande families. Weer later komt en aandacht voor de gewone burgers en families en dan neemt op een zeker moment de fotografie deze taak van de kunstschilder gedeeltelijk over.

Thomas Struth (1954) tilt het familieportret van het spontaan gemaakte familiekiekje weer op naar het de eerdere schilderkunstige traditie en creëert zorgvuldig gecomponeerde monumentale portretten en maakt daarmee ook direct weer duidelijk welk een bijzondere kracht gelegen ligt in dit genre. Zijn manier van werk dwingt dit af, geen gebruik van kunstlicht, een technische camera, lange sluitertijden, korte scherpte diepte en de grootte formaten waarin het eindresultaat wordt gepresenteerd. Omstandigheden die zowel een verstilling bij de poserende familieleden veroorzaken waardoor de tijd in de foto’s tot stilstand lijkt te komen. Ook de beschouwer wordt door de zo in de foto’s gepresenteerde informatie, gedwongen zijn tempo te vertragen. En door de combinatie van een aantal foto’s, waarin de zelfde familie voor een tweede keer is geportretteerd waar soms een tijdsinterval in besloten ligt (Familie Schäfer) van bijna twintig jaar, maakt een speciale nieuwsgierigheid bij de kijker wakker, die voorbij ligt aan de directe situatie waarin het portret tot stand komt en wat als beeldmiddelen in de foto toe uitdrukking wordt gebracht door; compositie, rangschikking, houding, gebaren, gelaatsuitdrukking, binnen opname of buiten, veel of weinig losse objecten in de directe leefomgeving.

Onwillekeurig lijkt dit terug te voeren naar hoe de belangstelling van Thomas Struth voor dit genre gewekt is. Een vriend van Struth, Ingo Hartmann gebruikte als psychoanalyticus, familiefoto’s in zijn praktijk bij de behandeling van zijn cliënten familie verhoudingen te onderzoeken. Het zo opgebouwde indrukwekkende beeldarsenaal leidde begin jaren tachtig er toe dat Hartmann en Struth en een tentoonstelling uit samenstelde: “Familienleben”.
Struth werd hierdoor zodanig gemotiveerd, om met het onderwerp zelf aan de slag te gaan en raakte er van overtuigd in zijn fotografie, dat dit medium in staat is aspecten van de werkelijkheid bloot te leggen en over te dragen.

De tentoonstelling geeft in een overzicht van circa 40 werken die tussen midden jaren tachtig en nu tot stand zijn gekomen dit prachtig weer en vormt zo een uitdaging voor iedereen die in deze beelden sporen van intermenselijke verhoudingen wil onderzoeken. Ook voor de beschouwer die wil genieten van de verstilde kracht van deze monumentale foto’s valt er veel te genieten.

Nog tot en met 22 februari 2009, Familienleben, Thomas Struth.
Zie hier enkele beelden van het werk.



woensdag 3 december 2008

AMSTERDAM, 80.000 bezoekers

Door het ANPgepubliceerd bericht op 03 december 2008 16:34
(Het zouden er zelfs meer dan 120 duizend worden!)

AMSTERDAM - De tentoonstelling For the Love of God van Damien Hirst, met de diamanten schedel in het stralende middelpunt, heeft in de eerste vier weken al 80 duizend bezoekers naar het Rijksmuseum getrokken. Dat maakte het museum woensdag bekend.Van de bezoekers heeft 60 procent de Nederlandse nationaliteit.
Dat is volgens een woordvoerster aanzienlijk hoger dan de 40 procent Nederlanders die het museum doorgaans verwelkomt.

De tentoonstelling For the Love of God is nog tot en met 15 december te zien. Op de bijbehorende website die het Rijksmuseum heeft gemaakt geeft 85 procent van de bezoekers aan de tentoonstelling mooi te vinden, 15 procent vindt die lelijk. Van de websitebezoekers vindt 57 procent het kunst en 43 procent spreekt van een hype.

En... Er zouden er nog zo'n 50.000 gaan kijken naar deze diamanten schedel!

http://www.fortheloveofgod.nl/